|
Asymmetrische zuigeling: adviezen
Wat is een
voorkeurshouding?
De schedel van uw baby is tijdens de eerste levensmaanden van nature zacht.
Slaap- en speelhoudingen kunnen invloed uitoefenen op de vorm van het hoofdje.
Het is daarom wenselijk dat uw baby in afwisselende houdingen slaapt en speelt.
Daarmee voorkomt u dat uw baby een ‘voorkeurshouding’ ontwikkelt. Met
voorkeurshouding wordt bedoeld dat de baby het hoofd bijna altijd naar één kant
gedraaid houdt, meestal naar rechts. Niet alleen als hij slaapt, maar vaak ook
als hij wakker is. Een sterke voorkeurshouding kan ertoe leiden dat het hoofdje
aan één kant een afplatting krijgt en daardoor scheefgroeit. Als gevolg van zo’n
afplatting kan het hele lichaam te veel in dezelfde houding gaan liggen. Dat kan
de ontwikkeling van uw kind nadelig beïnvloeden. Een voorkeurshouding kan soms
ook leiden tot een afplatting van het achterhoofd.
Voeden
Wanneer u borstvoeding geeft, wisselt u al automatisch de houding van uw kind.
Indien u flesvoeding geeft, neem dan de baby afwisselend op de linker- of
rechterarm. Verder kunt u uw baby eens op uw bovenbenen leggen.
Verzorgen
Op de commode kunt u afwisselen in houding bij het verschonen en aankleden. Uw
baby kunt u dwars op het aankleedkussen leggen of, als de commode hiervoor
geschikt is, recht voor u.
Ook kunt u de baby
na iedere verschoning
een paar minuten op
de buik leggen. In die
houding kan hij
oefenen om zijn hoofd op
te tillen.

Slapen
Voor het slapen gelden de volgende adviezen:
•
0-2 weken na de
uitgerekende datum: op de zij slapen. Na iedere voeding kunt u uw kind
afwisselend op de linker- en rechterzij leggen. Als hij steeds op de rug rolt,
mag u een opgerold handdoekje als steun tegen de rug leggen.
•
Vanaf 2 weken: op de rug
slapen. Uw kind mag nu niet meer op de zij slapen, omdat vanaf 2 weken de kans
toeneemt dat een baby terecht komt op de buik. Slapen op de rug is veiliger.
Slapen in zij- of buikligging verhoogt de kans op wiegendood. Het is belangrijk
dat het hoofdje ook nu afwisselend naar links en rechts gedraaid ligt. Draait de
baby steeds naar één kant probeer dan het hoofdje tijdens de slaap eens naar de
andere kant te draaien. Sommige kinderen zijn sterk op het licht gericht en
draaien daardoor steeds naar één kant. Wanneer u dit merkt, legt u de baby dan
andersom in bed of zet het bedje anders neer.
Dragen
Belangrijk is
dat u de manier van dragen afwisselt. U kunt het kind op de linker- of
rechterarm dragen of met de rug tegen uw borst, of met zijn buik op uw onderarm.
Als u uw kind in een buikdrager draagt, adviseren wij een afwisselende houding
van het hoofdje. Steun het hoofdje van uw kind als u voorover bukt.
TIP Wissel
bij het dragen de houding van uw kindje bv. met zijn buik op uw onderarm.

Spelen
Laat uw kind minimaal 3 keer per dag in buikligging spelen, in de eerste weken
een paar minuten en geleidelijk opbouwend. Zorg dat zijn armen naar voren gericht zijn voor een goede
speelhouding. Zo kan hij beter zijn hoofd optillen en naar beide kanten kijken.
Lukt dit niet goed, druk dan met uw hand licht op zijn billen. Een opgerold
handdoekje maakt het optillen van het hoofd gemakkelijker.

Zorg
voor voldoende toezicht.
•
Box:
De box is een ideale speelplek. Stimuleer uw kind in de box naar beide kanten te
bewegen en te kijken. Vermijd te strakke kleding, zodat uw kind soepel kan
bewegen. Een speelgoedmobiel kunt u het beste ophangen iets voor en boven de
baby, ongeveer boven de navel. Uw baby hoeft dan niet achterover of schuin te
kijken. Kies een aantal keren per dag voor korte speelmomenten. Wissel in de box
rug-, buik- en zijligging af.
TIP
Een opgerold
handdoekje maakt het optillen van het hoofd gemakkelijker.
Vervoer
• Auto:
Een autostoeltje (bijv. maxi-cosi®) is een goed stoeltje om uw baby in de auto
te vervoeren. Bij kleine baby’s kan eventueel een stoelverkleiner gebruikt
worden om het hoofdje goed te ondersteunen.
Langdurig in een autostoeltje zitten raden we af. Daarvoor biedt dit stoeltje te
weinig bewegingsvrijheid.
Een reiswieg van de kinderwagen is niet veilig voor vervoer in de auto.
•
Wandelen:
Liggend in een kinderwagen met goede vering is het beste. Eventueel kan ook
daarbij het kind op de buik of zij worden gelegd.

|