|
Signaleringsmethode
Motoriek Basisonderwijs©
Een objectieve manier die in korte tijd door de leerkracht afgenomen kan
worden zonder dat het kind hiervoor apart geobserveerd hoeft te worden.
De methode bestaat uit 2 onderdelen met een vervolgtraject:
Signaleringsmethode Motoriek Basisonderwijs (SMB):
1. De motoriek van alle kinderen worden door de leerkracht jaarlijks
gecheckt middels een korte lijst (2 min. per kind). Deze lijst kan
toegevoegd worden aan het kindvolgsysteem en kan worden besproken met de
ouders.
2. Bij twijfel of problemen met de motoriek wordt door de leerkracht een
gevalideerde normatieve vragenlijst afgenomen (max 10 min. per kind).
Deze vragenlijst geeft een indicatie of de motoriek werkelijk beneden de
norm scoort (< 5e percentiel), een risico vormt (tussen 5e en 15e
percentiel) of binnen de normale spreiding van de motorische
ontwikkeling valt (> 15e percentiel).
Vervolgtraject:
3. Het vervolgtraject kan, indien nodig/gewenst, ingeschakeld worden.
Hierbij zal het kind individueel onderzocht worden door een motorisch
remedial teacher of een kinderfysiotherapeut.
4. Indien geïndiceerd worden adviezen gegeven aan ouders en leerkrachten
en/of wordt het kind gedurende een periode behandeld door een motorisch
remedial teacher, kinderfysiotherapeut, logopedist en/of ergotherapeut.
Voor diagnosestelling van bv DCD wordt het kind via de huisarts
doorverwezen naar een specialist.
Lichte motorische problemen/DCD
Sinds 1994 is DCD de internationaal gebruikte term voor kinderen met
diverse soorten motorische stoornissen. Vóór die tijd waren ze bekend
als houterige of clumsy kinderen, kinderen met Minor Neurological
Dysfunctions (MND), kinderen met een Dysfunction of Attention and Motor
Perception (DAMP) of kinderen met dyspraxie.
DCD staat voor Developmental Coordination Disorder, in het Nederlands
vertaald als stoornis in de ontwikkeling van de coördinatie van
bewegingen. Dit is een verzamelnaam voor een aantal kenmerken van
(licht) gestoorde motorische functies, zoals een lage spierspanning, een
grote bewegingsonrust, coördinatieproblemen of problemen met
fijnmotorische vaardigheden. Deze problemen kunnen apart voorkomen, maar
veel vaker treden ze in combinatie op.
DCD blijkt voor te komen bij 5 tot 10% van de schoolgaande kinderen.
De oorzaak
De naam DCD zegt niets over de achterliggende oorzaak. Het zegt meer dat
er iets met de motoriek aan de hand is, dan wat er aan de hand is.
Motorische onhandigheid wordt meestal wel beschouwd als een uiting van
een in aanleg niet optimaal ontwikkeld zenuwstelsel.
Marloes Meurs, MSc

|